In het park tegenover ons huis zit ergens in een hoge boomtop een koekoek.

’s Morgens om een uur of vijf begint hij. Koekoek, koekoek, koekoek. Hij gaat maar door. Blijft kalmpjes zijn roep herhalen, uren achter elkaar, dag na dag. Een roep zonder eind.

Research leert mij dat het koekoek mannetje dit doet om een vrouwtje te lokken. Zou het inspanning vergen, dat roepen, vraag ik me af. Of zou het koekoek mannetje de meest simpele manier hebben uitgevonden om aan een vrouwtje te komen. Gewoon blijven roepen dan komt ze vanzelf.

Volgende vraag die ik mezelf stel is of wij, mensen, weleens op de koekoek lijken. Gewoon blijven roepen. Roepen om aandacht, roepen dat het werk zo stom is, roepen dat “de school” niet luistert, roepen dat je kinderen zo moeilijk doen.

Het zou helpend zijn als we leren minder te roepen en meer eerste stappen zelf te zetten. Als dingen binnen onze invloedsfeer passen hebben we een keuze.

Blijf je zitten waar je zit en roepen, net als de koekoek? Of zet je een eerste kleine stap op weg naar verandering?

Verandering van gedrag misschien. Bijvoorbeeld je partner bedanken voor wat hij wél heeft gedaan in plaats van dat wat hij is vergeten uit te vergroten. Of je kinderen een compliment te geven voor het fijne samen spelen ook al had je gehoopt dat het niet in ruzie eindigde. Of tijd nemen voor een praatje op straat  in plaats van roepen dat ieder voor zich leeft.

Laat de koekoek maar roepen.